donderdag 24 november 2016

Bureaucratie


We hebben wat dingen te regelen, voor het gastenhuis.
Er moet water komen en electra. 
We weten inmiddels dat dit soort dingen veel tijd nodig hebben, Hongaren zijn niet zo snel, behalve op de weg dan want dan willen ze altijd graag inhalen. We vragen ons altijd af waarom ze zo hard rijden, want ze zijn altijd te laat. Of misschien wel daardoor juist, ik weet het niet.
We gaan dus al vroeg op pad, op naar de Eon, eens kijken of we stroom kunnen krijgen op onze naam.
Op alles voorbereid, map met alle papieren, onze lakcimkartya's, legitimatiebewijzen, geld,,leesbril, pen, wat kan er mis gaan?

Het is druk, bij binnenkomst staat een apparaat waar je een nummertje moet trekken. 
We kunnen ons inmiddels aardig redden met ons Hongaars, maar hier kunnen we niet uitkomen, wat ingewikkeld allemaal.
Maar een aardige meneer helpt ons, we hebben nummertje 302.
286 is aan de beurt. Twaalf balies zie ik en een wachtruimte, we gaan maar zitten, want dit gaat even duren.
Inmiddels begrijp ik dat het niet aan de kwaliteit van ons Hongaars ligt dat we geen nummertje konden trekken, de Hongaren komen er ook niet uit en de meneer is er maar druk mee.

Het duurt allemaal lang, er zijn dan wel twaalf balies, maar ik tel maar drie medewerkers.
Er is er eindelijk eentje klaar, we kijken gespannen naar het scherm waar het nummer verschijnt met het balienummer. Je hoopt toch altijd dat er, als door een wonder, een paar overgeslagen worden om wat voor reden dan ook en dat je sneller aan de beurt bent.
Er gebeurt niets. De medewerker staat op, gritst een pakje sigaretten mee en verdwijnt naar buiten om een peukie te roken. 
Balie twee is ook klaar met de klant, maar ook die verdwijnt naar buiten. Roken met zijn tweeën is gezelliger.
Ik trek mijn vest uit, het is bloedheet binnen, iedereen zit met hoogrode wangen te wachten.
Anderhalf  uur en negen rook- en koffiepauzes later zijn we aan de beurt.
Het is een heel gedoe van tikken op het toetsenbord van de pc, invullen van formulieren, dertig stempeltjes, twaalf handtekeningen en een moeizaam Hongaars gesprek.
En dan zegt de medewerkster op het laatst in het Duits dat het zo geregeld is. En 'auf wiedersehen'!
We kijken elkaar aan.....waarom zegt dat mens niet meteen dat ze Duits spreekt?
Nou ja, we hebben het voor elkaar, op naar de watermaatschappij.
Het eerste gedeelte van mijn verhaal is hetzelfde, met de nummertjes enzo.
Dan zijn we aan de beurt, gelukkig is het hier minder druk.
'Gutentag', begint Janos hoopvol.
De medewerkster snauwt in het Hongaars dat ze alleen Hongaars spreekt en dat we in Hongarije zijn. Ja, dat weten we ook wel, maar we konden het toch proberen? En zo heel raar is het nou ook weer niet als je bij zo'n bedrijf werkt, dat je een paar woorden over de grens spreekt. Vandaag kunnen we het blijkbaar niet goed doen....
Ze ontdooit als ze in de gaten heeft dat we best wel aardig uit de voeten kunnen in het Hongaars en ze wordt steeds aardiger, gelukkig. Want het is niet meteen onze hobby, dit soort instanties aflopen en al die formulieren invullen.
Maar we hebben het voor elkaar...nu alleen nog de verzekeringen en het gas........pffff
Ander keertje maar.....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen