dinsdag 13 december 2016

Migrant

Ik kijk naar DWDD. 
Het gaat over een overleden cartoonist die grappige tekeningen maakte over van alles en nog wat. Ze laten Een tekening zien van een witte Nederlander naast een in een jurk gehulde man met een zwarte haardos met de tekst eronder: 'ik ben geen vluchteling, ik woon al twintig jaar naast u'.
'Grappig', zegt van Nieuwkerk, ' maar ook droevig'. Waarmee hij doelt op de desinteresse van de witte Nederlander op de tekening.

Ik moet meteen terugdenken aan honderd jaar geleden, toen ik naar mijn huis fietste, waar ik al bijna een jaar woonde inmiddels, er een vrouw naast mij kwam fietsen en meteen een geanimeerd gesprek met me begon, waaruit bleek dat zij mij vrij goed kende en ik haar eigenlijk niet. Zo'n geval van 'ik ken haar ergens van, maar wáárvan?Mijn hersens tolden door mijn hoofd.....wie is ze ook alweer....? Terwijl ze tegen me kletste, probeerde ik te ontcijferen wie ze ook alweer was, om niet door de mand te vallen.
Uiteindelijk moest ik het toegeven......, heel genant. 'sorry, ik weet dat ik je ken, maar ik heb geen idee waarvan......'. 
Ze schiet in de lach. 'Ik woon al bijna een jaar schuin tegenover je'. En dan weet ik het: Thea! Als ik haar in de straat of in het winkelcentrum tegengekomen was, had ik haar meteen herkend, maar in een andere stad kon ik het blijkbaar niet meteen plaatsen.
En zo heel idioot was het ook niet, zij altijd druk en weinig thuis, ik ook weinig thuis.
Wat ik wil zeggen: het was absoluut geen desinteresse, ik wist meteen haar naam, met wie ze getrouwd was, ik ben gewoon heel slecht in gezichten, maar namen daarentegen kan ik zeer goed onthouden.
Ik heb er nog steeds last van, gezichten onthouden is een drama en het speelt me ook parten als ik een serie kijk of een film. Ik vind alle personages op elkaar lijken en kan ze alleen uit elkaar houden als de hoofdrolspelers flink verschillen van elkaar in leeftijd, haar- of huidskleur, snor of baard en een pearcing  is ook altijd prettig.
Het heeft dus niks met mijn leeftijd te maken, ik heb het altijd al gehad. Maar ook niet met ongeïnteresseerdheid, want de namen weet ik wel altijd en de andere details, hoeveel kinderen ze hebben, hun namen en ook de leeftijden enz.

Dertig jaar later zijn we nog steeds bevriend, Thea en ik, ze kwam me ook opzoeken hier in Hongarije samen met haar man en als ik in Nederland ben, spreken we altijd af om bij te kletsen.
Dus als je me tegenkomt en ik reageer niet meteen enthousiast, dan is dat niet omdat ik geen interesse heb, of je niet wíl kennen, maar omdat ik gewoon slecht ben in gezichten. Ook als je naast me woont. En in dát geval ben ík de migrant.



zaterdag 10 december 2016

Hongarijeavontuur deel 2

Vier maanden later besluiten we om een huisje te huren in Hongarije en van daaruit met een makelaar op zoek te gaan. Zo gezegd, zo gedaan. 
We bekeken verschillende huizen, maar 'ons huis' zat er niet bij.
Jan was gelukkig  inmiddels ook wel zover dat hij Hongarije een leuk land vond, dus daar waren we het nu wel over eens.

We waren net weer een paar dagen in Nederland toen we een leuk huisje op internet zagen staan, niet te duur, nieuwe badkamer erin dus dat leek ons wel wat.
Afspraak gemaakt met de eigenaar, we mochten langskomen. Dus hup, weer in de auto en weer naar Hongarije.

De verkoper sprak goed Duits en had gezegd dat we bij hem mochten overnachten.
Maar dat leek mij helemaal niks, ik ga toch niet bij zo'n wildvreemde Hongaar logeren?
We kwamen bij zijn huis aan en meldden ons, we zouden de volgende dag met hem naar het huis gaan kijken.
'Ik zal even de sleutels pakken', zei hij. En wat bleek, hij had een appartementencomplex en we mochten er gratis verblijven, net zolang als we wilden. Dat was aardig, we maakten er graag gebruik van.

De volgende dag gingen we het huis bezichtigen en we wisten het meteen allebei, dit was het. Goed gevoel erbij, prachtig weids uitzicht op de heuvels, precies wat we zochten. 
Deze keer was het raak, we kochten het huis als vakantiehuis en gingen aan de klus.
Mijn liefde voor Hongarije groeide iedere keer dat we er waren en iedere keer dat we terug naar Nederland reden viel dat me zwaarder.

Een half jaar later kocht onze zoon het huis ernaast, ook dat moest opgeknapt worden en we bleven lekker bezig.
Eén ding is zeker, vervelen doe je je hier nooit.

Anderhalf jaar nadat we het huis kochten, besloten we voor onbestemde tijd te gaan, kijken hoe het ons zou bevallen. En het bevalt prima! Nog steeds, want vijf jaar later zitten we hier nog steeds.

Vorig jaar besloten we te verhuizen naar het huis van onze zoon, net ietsje luxer, ons huis was toch meer een vakantiehuis.
Dat was een goede beslissing. Natuurlijk missen we onze ouders en kinderen, maar eigenlijk houdt het daar wel bij op.
We zijn verhongaarsd.

woensdag 7 december 2016

Hongarijeavontuur deel 1

Mensen vragen wel eens: hoe zijn jullie in Hongarije terecht gekomen?
Dan zou ik willen dat ik een romantisch verhaal kon ophangen over vroegere vakanties in een tentje met Jan of van Hongaarse voorouders of zoiets. Maar niks van dit alles. Het echte verhaal is dat we een keertje op tv zagen dat de huizen in Hongarije zo ontzettend goedkoop waren, gewoon heel Nederlands dus, het mocht niks kosten.
Eigenlijk waren we ook gewoon heel nieuwsgierig en droomden we van een vakantiehuis met ruimte waar we leuke vakanties zouden kunnen houden en waar onze honden mee naartoe konden. Voor de kinderen hoefden we het niet te doen, die hadden daar al helemaal geen behoefte meer aan.
We struinden het internet af en tot onze verbazing bleek het waar te zijn, voor een paarduizend euro had je al een huisje. Nou ja, huisje, een paar muren met ramen en deuren, als je geluk had, want veel meer was het niet.
We wilden wel eens gaan kijken daar in dat land van de paprika's, pálinka en goulash.
Het land met de lange warme zomers en de korte koude winters.
We vonden een huis wat ons  wel wat leek en we stapten in de auto en gingen op pad.

Zodra we in Hongarije waren, voelde ik me een soort van thuis. Het klinkt misschien onwaarschijnlijk en ik kan het ook niet onderbouwen. Maar ik had meteen iets met de dorpen waar we doorheen reden, de kerkjes, de heerlijke geur van houtgestookte kachels. Jan helemaal niet. Die vond het een armoedige zooi.

We hadden een afspraak gemaakt met degene die de sleutels had om het huis te bekijken. 
De vrouw reed met ons mee naar het huis wat misschien ons huis zou worden.
Een afgelegen straatje reden we in en we stopten bij een soort bouwval. De vraagprijs was niet veel, maar wel teveel voor dit hoopje stenen. Zwaar teleurgesteld reden we weer terug en we besloten in Siofok een hotel te nemen en morgen verder te kijken.

We reden naar Siofok, in de zomer een bruisende stad met veel toerisme, aan het bekende balatonmeer.
Maar nu was het november en totaal uitgestorven. Het leek helemaal niet op de foto's en filmpjes die ik op internet gezien had van deze stad.
Ook een hotelkamer boeken was onmogelijk. We konden wel een heel hotel kopen trouwens, want aan bijna iedere hotelmuur hing een bordje 'eladó': te koop.
'Ik ben het zat, ik ga naar huis', zei Jan.
En bijna eindigde hier ons Hongarije avontuur voortijdig.....

Wordt vervolgd.....