vrijdag 6 februari 2026

Kriebeldekriebel

 Het begint weer te kriebelen. Zo’n onschuldig jeukje dat zich elk jaar rond februari aandient. Zodra de kalender fluistert “bijna lente”, de laatste zielige sneeuwrestjes verdwijnen en de zon ineens doet alsof hij weet wat hij doet, is het raak. De tuin roept naar me: Zaaien! Nu! Meteen!


Ieder jaar neem ik me voor om rustig te blijven. Geduldig. Beheerst. Iemand die eerst de weersvoorspellingen checkt en rationele keuzes maakt. En ieder jaar faal ik daar grandioos in. Ik ben juffertje ongeduld met groene vingers en nul zelfbeheersing. Want ja, het kan nog vriezen. Ja, het is eigenlijk te vroeg. En ja, dat weet ik allemaal. Maar mijn zaadjes weten dat niet. Die willen actie.


Dus hup, op naar de stad. Alsof ik op een missie ben. Potgrond? Check. Zaadjes? Heel veel check. Ik loop naar buiten met tassen vol belofte en een portemonnee die zachtjes huilt. Thuis ga ik los alsof het al mei is: zaaien, plannen, dromen. De vensterbank verandert in een mini-jungle-in-wording en ik kijk elk uur of er al iets gebeurt. Want dit jaar… dit jaar wordt alles anders. (Zeg ik ieder jaar.)


En als het mislukt? Ach joh. Dan heb ik het in elk geval weer geprobeerd. Met enthousiasme. En potgrond tot achter m’n oren.