Sinds ik in Hongarije woon, ga ik opvallend graag met de trein naar de grote stad.
Nou ja, trein… het is meer een boemeltje. Zo eentje die niet zozeer rijdt, maar filosofisch vooruit beweegt. Heel langzaam. Maar geen probleem hoor, ik heb de tijd. Gewapend met mijn tas op wielen maak ik Kaposvár onveilig. Heerlijk: trein in, oortjes in, podcast aan, wereld uit.
Zo ook vorige week.
Normaal gesproken is de trein hier verrassend stipt. Echt waar. Maar deze keer niet. De app meldde vrolijk: problemen. Resultaat: een half uur vertraging. En dat is hier geen kleinigheid, want er komen geen treinen om de tien minuten. Nee, je hebt keuzes. Om 9.20 uur. Of om 11.40 uur. Meer smaken zijn er niet. Dus ik besloot Zen te worden en geduldig te wachten.
En jawel hoor, daar was hij dan eindelijk. Ik zat net lekker, oortjes nog in, toen de conducteur binnenstormde en in rap Hongaars een soort auditierap begon over… problemen. En iets met een bus. Ik kan me aardig redden in het Hongaars, maar dit klonk alsof hij bonuspunten kreeg voor snelheid. De kern was duidelijk: uitstappen bij het volgende station, daarna met de bus verder.
Prima. Geen probleem.
Dat had ik eerder meegemaakt. De treinen zijn stokoud, er mankeert regelmatig wat aan, maar ach: voor een paar euro ben je 45 kilometer verder. Dan mag je eigenlijk niet klagen. Dit is geen NS, dit is meer… een historisch museum op rails.
Maar toen begon het echte avontuur.
Na drie kwartier wachten op de bus (ook een concept met een ruime definitie van tijd), vertrokken we eindelijk. En die bus… die deed alles. Elk dorp. Elk gehucht. Elke verzameling huizen met een bushokje. Het voelde minder als vervoer en meer als een culturele rondreis door het achterland. Urenlang. Volledig zinloos ook, want er stapte natuurlijk niemand meer in. Wie gaat er nou na uren vertraging nog braaf op een station staan wachten?
Maar goed, ik ben wel op plekken geweest waar ik in vijftien jaar Hongarije nog nooit eerder was. Zo kun je het ook zien: gratis sightseeing. Onbedoeld, ongepland, maar authentiek.
Uiteindelijk kwam ik drieënhalf uur later aan op mijn bestemming. Moe, licht verouderd, maar rijk aan ervaring.
Het was een lange dag. Maar ach… wel echt op z’n Hongaars
